Bert
Mijn
naam is Bert, geboren in 1952 en zoon van een agrariër. Ik kom uit een groot
gezin, wat niet vreemd was in die tijd. Met nog 4 broers en 4 zussen groeiend
wij op in een grote boerderij met eromheen 28 hectare grond. Veel ruimte om te
spelen en te ervaren dat er ook al vroeg meegewerkt moest worden om alles goed
te laten functioneren.
Van kinds af aan ben ik opgegroeid met honden die tot de standaard uitrusting
hoorde op een boerderij. De honden liepen normaal altijd los en buiten of in de
stallen, aten uit de pot en bewaakte min of meer de boerderij tegen ongewenste
gasten. Voor bekenden en voor ons waren het vriendelijke sociale honden, die
altijd in waren voor een spelletje en
een dolletje.
Veel minder als nu werd gekeken naar jaarlijkse entingen, socialiseren,
opvoeding, trainingen e.d.. Het waren gebruikshonden die genomen werden om aan
een doel te beantwoorden. Konden zij niet ingezet worden voor dat doel dan werd
er ook zeer gemakkelijk weer afstand van gedaan. Omdat er meer afstand was
tussen hond en eigenaar waren en niet of nauwelijks rangorde problemen. En de
problemen die er konden ontstaan tussen de honden onderling en met honden uit de
omgeving werd onderling uitgevochten. Vaak gebeurde dat op het land als er
weinig zicht op was en helaas kon het wel eens behoorlijk heftig verlopen met
soms minder prettige gevolgen.
Daarna was de rangorde voor alle partijen duidelijk. Voor honden die tot de
roedel werden toegelaten was er geen enkel probleem meer, maar andere honden
lieten zich niet meer zien binnen het afgezette territorium.
Omdat er nu meer gefokt word op ras en om als een huishond te kunnen fungeren en
wij over het algemeen socialer zijn geworden ten opzichte van honden en dieren
in het algemeen kunnen er wel sneller problemen ontstaan. Vandaar dat een goede
fokker, een gedegen socialisatieperiode en een jaarlijks bezoek aan de
dierenarts een must zijn geworden. Ook dient men zich goed te informeren wat het
inhoud een hond te hebben en hoe een hond denkt en leert. Een of meerder
cursussen kunnen daartoe bijdragen en zijn
eigenlijk onontbeerlijk. Ook kosten en tijd zijn daarbij een belangrijk
aspect.
Dit wetende ben ik na mijn huwelijk een poosje zonder honden geweest en wij
hebben eerst onze prioriteit gelegd bij het stichten van een gezin en de
opvoeding van de kinderen. Pas later begon het weer te kriebelen, ook na
jarenlange verzoeken van de kinderen om een huisdier. Eerst heb ik nog
geprobeerd het af te doen met een cavia of een konijn maar de roep om een echte
hond bleef. Als voorwaarde heb ik direct gesteld dat er dan wel op cursus gegaan
diende te worden.
Mijn dochter, de grootste volharder,ging met toen nog een leuk klein wolletje op
puppycursus. Maar omdat die kleine pup al snel uitgroeide tot een levensechte
Tervuerense Herder heb ik mij aangemeld voor de vervolgcursus. en nog een en nog
een. Tot ik in wedstrijdverband heel Nederland doorkruiste om deel te nemen aan
nationale wedstrijden op het hoogste niveau. Wedstrijdkampioen GG was voor mijn
“puppy” nog niet voldoende. Op het Nederlands kampioenschap liet zij zich ook
behoorlijk gelden.
Tijdens de puppycursus van mijn
dochter liet ik mij iets te vaak zien in de kantine van de club en dan komt al
snel de vraag of ik wat zou kunnen betekenen voor de vereniging.
Zo is dan mijn opleiding gestart tot
instructeur. In het begin heel onwennig voor een groep te staan maar na een
gedegen theoretische en praktische opleidingsperiode ging het steeds beter. Ik
begon bij de laagste groepen maar na een aantal externe cursussen
en veel ervaring ook tijdens de trainingen met de eigen honden is de
uitdaging voor het “echte werk” toegenomen. Het werken met pups in de
opvoedingsperiode en later de pubertijd is zeer belangrijk omdat daar de basis
gelegd word voor het verdere leven. Het observeren en adviseren bij deze groepen
en ook bij honden die beginnende of verdergaande gedragsproblemen ontwikkelen is
een zeer belangrijk onderdeel van mijn activiteit. Daarnaast vind ik het een
uitdaging om cursisten die door willen met de hond in de trainingsgroepen naar
een zo hoog mogelijk peil te tillen. En dan niet alleen met zuivere werkhonden
maar ook met honden van alle rassen. Omdat ik met mijn eigen honden nog steeds
train op wedstrijdniveau leer ik elke keer weer bij en is het heerlijk die
opgedane kennis over te brengen op de meest gemotiveerde cursisten in de GG
groepen. Ook het afnemen van examens is een onderdeel van het geheel en bestaat
grotendeels uit observatie en interpretatie van de combinatie baas/hond.
Alweer een aantal jaar geleden heeft
Astrid mij gevraagd om een keer te assisteren bij een examen en gaandeweg ben ik
ook bij Astrid`s Puppyclass regelmatig of vaak te vinden op het werkterrein. De
belangstelling voor de hond in alle facetten heeft nog steeds mijn volledige
interesse en hoop het nog heel lang te kunnen blijven doen.