“Huis”regels & spelregels

 

Op ons terrein gelden een aantal huisregels, deze willen wij jullie graag alvast vooraf aan jullie melden.

 

 

Spelregels

 

 

Algemene informatie over spel en socialisatie tussen honden onderling

 

De meeste honden in Nederland wonen in dichtbevolkt gebied. Deze honden worden uitgelaten op plaatsen waar regelmatig meerdere honden samen komen, in de losloopgebieden. De honden komen dus ‘vreemde’ honden tegen: uit een andere roedel, eventueel van een ander uiterlijk en/of met een andere wijze van communiceren. Zo zal een Sheltie waarschijnlijk een interactie anders aangaan dan een Labrador.

 

In het dagelijks leven zijn er twee vaardigheden die de hond onder de knie moet krijgen:

 

 

Honden zijn uitgerust met een indrukwekkende set tanden die vervelende verwondingen bij soortgenoten kan veroorzaken. Deze verwondingen vormen een groot risico voor het individu en voor de roedel. Vandaar dat er geritualiseerde gedragingen zijn die in het geval van een conflict ertoe moeten leiden dat dit opgelost wordt zonder schade.

 

Voorbeelden zijn: grommen, wegkijken, snappen, fixeren, hoge en lage houdingen, bijtremming. Om deze geritualiseerde gedragingen en houdingen te kunnen herkennen en te kunnen inzetten, moet een hond hier van jongs af aan herhaaldelijk mee kennismaken. Zowel de interactie met de moeder als met de nestgenoten leggen een enorm belangrijke basis. Om deze basis uit te breiden, moet de hond vele momenten van interactie en spel met andere honden meemaken. Zo leert hij de kracht van zijn kaken te beheersen, houdingen en gedragingen te herkennen en hier juist op te reageren. Binnen het nest maakt een hond kennis met honden van hetzelfde type (uiterlijk en manier van spelen).

 

Hoe herken je spel?

Spel is te herkennen aan de spelgedragingen: rolwisselingen, overdreven bewegingen, spelboog, spelgezicht met opzij gerichte speloren, open bek zonder tanden en een brede kwispel. Sommige honden laten tijdens spel een spelgrom horen.

Bij leuk spel is er een balans tussen de honden (rolwisselingen) en is het gedrag minder gericht (overdreven bewegingen) dan wanneer het een serieuze aangelegenheid zou betreffen. Bij rennen zie je bijvoorbeeld dat de voorste hond contact houdt met de hond die volgt, door omkijken, inhouden, etc. Als de voorste hond alleen maar probeert te vluchten en te ontkomen, is het geen (leuk) spel. Hierbij zie je vaak een zeer lage houding bij de hond die ‘achtervolgd’ wordt. Deze hond loopt het risico dat hij echt de ‘haas’ wordt en dat de achtervolgende hond zijn spel laat omslaan in een daadwerkelijke achtervolging. Andere honden kunnen hierin meegaan waardoor een gevaarlijke ‘ganging up’ situatie ontstaat.

Bij worstelen zie je als het leuk is nu eens de ene hond boven, dan de andere. Als het niet leuk is, zie je langdurig een hond onder (meestal in een lage houding). Daarbij ontstaat een groot risico op (te veel) overwinnaarervaring voor de bovenste hond en op verliezerervaring voor de onderste.

Het eindresultaat moet een hond zijn die zelfvertrouwen en ontspannenheid laat zien bij andere honden, een goede fysieke ontwikkeling heeft doorgemaakt, een goed probleemoplossend vermogen en een goed geoefende bijtrem heeft en ook nabij andere honden goed contact houdt met zijn eigenaar en naar hem kijkt voor toestemming om wel of niet met een andere hond een interactie aan te gaan.